Door de bomen het bos

De bossen die Hilly Withaar laat zien in de serie Out of the Woods zijn donker en onherbergzaam. Licht wordt niet of nauwelijks doorgelaten en als het schijnsel van zon of maan door de bomen heen dringt ontstaat er een spookachtige gloed. De natuur heeft een doodse en winterse uitstraling. De beklemmende sfeer wordt nog eens benadrukt door de randen van de doeken die de ruimte hermetisch afsluiten. Er zijn alleen maar boomstammen te zien, takken en boomkronen zijn onbereikbaar voor ons oog. 

Niemand zal bij het zien van deze schiderijen denken aan zo iets ongerijmds als de woestijn. Het alles verzengende zonlicht en de schijnbare oneindigheid van de vlakte staan mijlenver af van deze bomenreeksen. Toch begint deze serie voor Hilly Withaar bij de voorstelling van een eindeloze kale vlakte. Als kind groeide zij op in de nabijheid van een bos met een in het oog springende open plek. Daar was tijdens de Tweede Wereldoorlog een bom gevallen. Haar fantasie vormde deze open plek om tot een woestijn. In de ogen van een kind dat opgroeide in een christelijke omgeving kwam hier een Bijbelse werkelijkheid tot leven. De heilige schrift kent verschillende voorbeelden van goddelijke openbaringen die zich in de woestijn afspelen. De brandende zon en de ogenschijnlijke onbegrensdheid van de vlakte leveren een verhoogd besef op van de menselijke nietigheid en kwetsbaarheid. Ook voor de jonge Hilly Withaar was de woestijn de ultieme manifestatie van een eenzaamheid en de meest volmaakte vorm van het opgaan in een groter geheel; het "met jezelf en God zijn". Het was een zeldzame ervaring die gedeeld moest worden. Tegelijkertijd realiseerde het kind zich dat er een nauwelijks te overwinnen obstakel was: hoe vertel je anderen over je diepste ervaringen?

Hier doet het schilderen zijn intrede. In de serie Out of the Woods vormen de bomen in hun gesloten opstelling een natuurlijke barrière die de vraag oproept waar je als kijker staat: aan de rand van het bos of er midden in? Het is letterlijk een door de bomen het bos, het geheel, niet meer zien. De doeken zijn vol; de leegte waar een mens op dat moment naar verlangt is er nauwelijks.

In de beeldende kunst is er een term voor het verschijnsel waarbij geen enkel gedeelte van een doek leeg wordt gelaten: horror vacui, de angst voor de leegte. In een breder verband staat het voor de onzekerheid van de mens en de angst die hee leven vol twijfel en onzekerheden oproept.

Hilly Withaar wil juist die donkere kant van het leven laten zien. Zij kan de ongemakkelijke wendingen die het leven vaak neemt niet negeren. Na een jaar aan de kunstacademie koos zijn als twintiger uiteindelijk voor werk op het gebied van de psychische gezondheid. Nog steeds heeft Withaar een deeltijdbaan in de zorg. Dit werk leidt toto tegengestelde emoties. Enerzijds is er de ingewikkelde en soms heilloze omgang met mensen met psychische problemen en anderzijds de aantrekkingskracht van diezelfde mensen die alle valse schijn laten vallen. Vanaf de eerste werkdag vinden deze strijdige ervaringen een vertaling in beeldend werk.

Wilma Gosselink Kunsthistoricus.